
-
Profiel aanmaken
Informatiesluit
Profiel aanmaken
Voor het plaatsen van comments op onze website is het nodig om een profiel aan te maken.
Met een persoonlijk profiel kun je nog meer. Verfijn je profiel met een foto en persoonlijke regel die geplaatst wordt bij de comments. Of geef je interessegebieden aan en krijg nieuws op de homepage dat bij je past.Ben je lid?
Dan biedt MijnFNV•B nog veel meer:
- altijd inzage in jouw nieuwste cao
- toegang tot je bedrijfspagina
- meteen zien wie je bestuurder is
- je contributie online regelen
- je contributie gedeeltelijk terugkrijgen
- iemand lid maken en een wervingspremie ontvangen
- nieuwe ledenpas aanvragen
- InklappenMijn FNV•B
Spaarloon, levensloopregeling en vitaliteitsregeling
Per 1 januari 2012 gelden nieuwe regels voor spaarloon en levensloop.
Tot 1 januari 2012 bestonden twee regelingen waarin werknemers fiscaal aantrekkelijk konden sparen. Je kon kiezen uit de spaarloonregeling of de levensloopregeling. Vanaf 1 januari 2013 kun je kiezen of je deel wilt nemen aan de vitaliteitsregeling. In 2012 kunnen alleen deelnemers aan de levensloopregeling die meer dan drieduizend euro hebben gespaard doorsparen in de levensloopregeling. Alle andere mensen kunnen deelnemen aan de vitaliteitsregeling.
Wat zijn de voorwaarden voor deelname aan de vitaliteitsregeling?
Met de vitaliteitsregeling kan maximaal 20.000 euro worden gespaard. Het geld kan beperkt worden ingezet om eerder met pensioen te gaan: vanaf 62 jaar mag je maximaal tienduizend euro per jaar uit de pot halen. Er gelden geen eisen voor opname van het spaargeld uit de vitaliteitsregeling. Ook zelfstandigen kunnen gebruik maken van de vitaliteitsregeling die vanaf 2013 gaat gelden.
Vitaliteitsregeling
De vitaliteitsregeling is een nieuwe regeling waarmee de levensloopregeling en de spaarloonregeling vervallen. Met de invoering, begin 2013, vervallen de huidige spaarloon en levensloopregeling. Inleg in de spaarloonregeling eindigt al per 2012. Voor levensloop geldt een overgangsregeling voor de huidige deelnemers.
Vitaliteitssparen
Via de vitaliteitsspaarregeling kunnen werknemers vanaf 2013 sparen om scholing te betalen, als aanvulling in een periode met minder of geen inkomen, of om eerder met pensioen te gaan. Mensen zijn vrij om te bepalen waaraan het tegoed wordt besteed.Het fiscale voordeel is het grootst bij opname in een periode van inkomensachteruitgang, zoals bij opname van zorgverlof, studie en vervroegd (deeltijd)pensioen.
Met vitaliteitssparen wordt het vanaf 2013 mogelijk om maximaal 5.000 euro per jaar te sparen. Het maximale tegoed is 20.000 euro in totaal. Hiervoor geldt de omkeerregel.
De inleg is onbelast en de uitkering is belast. Het saldo is vrijgesteld van de vermogensrendementsheffing (box 3). Vanaf 62 jaar mag maximaal 10.000 euro per jaar worden opgenomen. Tot 62 jaar gelden er geen beperkingen.
De regeling geldt - anders dan spaarloon en levensloop - zowel voor werknemers als voor zzp'ers. Voor de vitaliteitsspaarregeling zijn werkgeversbijdragen en werknemersbijdragen mogelijk.
Spaarloon
Vanaf 2012 kunnen werknemers niet meer inleggen in spaarloon. De tot 1 januari 2012 ingelegde bedragen kunnen op dat moment volledig worden opgenomen.Voor 1 januari 2012 waren spaartegoeden alleen op te nemen bij aankoop van een eigen woning of voor financiering van een studie (deblokkeringsmogelijkheden).
Overgangsregeling levensloop
Voor werknemers die, voor 1 januari 2012, 3.000 euro in de levensloopregeling hebben gespaard, blijft de levensloopregeling gelden. Zij kunnen ervoor kiezen te blijven sparen in levensloop of over te stappen naar vitaliteitssparen. Deelnemers die minder dan 3.000 euro tegoed hebben kunnen tot het einde van 2011 nog extra inleggen in levensloop om hieraan te blijven deelnemen of vanaf 2013 kiezen voor de vitaliteitsregeling.
Meer informatie over de vitaliteitsregeling op de website van het ministerie van Sociale Zaken & Werkgelegenheid.
Levensloopregeling tot 1 januari 2012, en daarna
Tot 1 januari 2012 kon je als werknemer kiezen of je deel wilde nemen aan een levensloopregeling. Vanaf 1 januari 2012, kunnen alleen de mensen die al deelnamen aan een levensloopregeling én meer dan 3.000 euro hadden opgebouwd blijven sparen in de levensloopregeling. Voor werknemers die nog niet deelnamen aan de levensloopregeling, geldt dat zij deel kunnen nemen aan de vitaliteitsregeling.
De levensloopregeling na 1 januari 2012; de overgangsregeling;
Met de levensloopregeling kun je een deel van je brutosalaris sparen voor de financiering van een periode van (geheel of gedeeltelijk) onbetaald verlof. Bijvoorbeeld ouderschapsverlof of vervroegd pensioen.
Het recht op deelname aan de levensloopregeling is vastgelegd in de Wet Arbeid en Zorg. Je werkgever kan meebetalen aan jouw spaarinleg, maar is hiertoe niet verplicht.
De belangrijkste punten van de levensloopregeling op een rijtje (alleen van toepassing op deelnemers, die voor 1 januari 2012, meer dan 3.000 euro gespaard hadden in de levensloopregeling):
- Per kalenderjaar kun je maximaal 12 procent van je brutoloon sparen. In totaal mag je maximaal 210 procent van je bruto jaarsalaris sparen.
- Je kunt op ieder moment van het jaar instappen en deelnemen aan de regeling.
- Je spaart belastingvrij. Dat betekent dat je geen vermogensbelasting over je tegoed betaalt. Bij opname van je tegoed betaal je wel loonbelasting en de inkomensafhankelijke bijdrage voor de zorgverzekering.
- Over je inleg worden wel de premies werknemersverzekeringen ingehouden. Hierdoor heeft de levensloopregeling geen gevolgen voor de WW-uitkering of arbeidsongeschiktheidsuitkering.
Heffingskorting
Als je spaart in de levensloopregeling heb je recht op levensloopverlofkorting (een korting op de inkomstenbelasting). Deze korting bedraagt € 191 per kalenderjaar waarin je spaart. De korting krijg je wanneer je het tegoed opneemt. Deze levensloopverlofkorting geldt alleen voor het geld dat is opgebouwd vóór 2011.
Opname van je saldo
Je levensloopsaldo kun je inzetten voor inkomen tijdens (deels) onbetaald verlof of je (vervroegd) pensioen.
Onbetaald verlof
Wil je onbetaald verlof opnemen, dan heb je toestemming van je werkgever nodig. Dit geldt niet bij langdurend zorgverlof of ouderschapsverlof. Daar heb je wettelijk recht op.
Je levensloopsaldo dat je inzet om (deels) onbetaald verlof te financieren, mag per maand niet hoger zijn dan je laatstverdiende loon. Wanneer je werkgever daarnaast nog loon doorbetaalt, mag het totaal van dit loon plus het levensloopsaldo niet hoger zijn dan je laatste maandloon.
Eerder stoppen met werken
Je kunt je levensloopsaldo inzetten om eerder - geheel of gedeeltelijk - te stoppen met werken. Op het moment dat je een vut- of prepensioenuitkering ontvangt, moet je daarover inkomstenbelasting betalen.
Je levenslooptegoed kan ook worden toegevoegd aan je pensioentegoed. Dan moet daar fiscaal gezien wel ruimte voor zijn, en je kunt dan geen gebruik maken van de levensloopverlofkorting.
